Spring naar inhoud

‘Naadloze nazorg’ voor kankerpatiënten is pure kwaliteitszorg

Heleen en Merel | Oncologie

Gedurende het hele traject van ingreep tot en met nazorg thuis ziet de kankerpatiënt nu dezelfde verpleegkundig consulent en dat bevalt uitstekend.

Verpleegkundige nazorg anders organiseren

“We willen de verpleegkundige nazorg anders organiseren”, zegt projectleider en teammanager Heleen Nap. “Daar zijn genoeg aanleidingen voor. De oncologische zorg stijgt elk jaar met twee procent en dan moet je blijven kijken naar efficiënte en betere zorg, anders kun je het werk over een paar jaar niet meer aan. De zorg die in het ziekenhuis moet gebeuren, blijft natuurlijk. Maar we zagen kansen om de nazorg bij patiënten thuis, door onze eigen verpleegkundig consulenten te laten doen, onder de hoed van Allerzorg Care for Cancer. Dat leek ons voor beide partijen financieel handig. Maar bovenal zagen we het als mooie kans om de kwaliteit van zorg voor de patiënten te verbeteren. Dat blijkt nu ook in de praktijk. Het is ‘lijnloze’ of naadloze nazorg.

“Patiënten zijn er erg gelukkig mee dat ze dezelfde vertrouwde gezichten gedurende het hele traject blijven zien.”

Spanning

De samenwerking met Care for Cancer betreft vooralsnog alleen patiënten die geopereerd werden aan gastro-enterologische vormen van kanker. De verpleegkundig consulenten voor deze groep patiënten zijn Merel Kronemeijer en Janneke Wiegersma. Hun werk is met de thuisbezoeken sterk veranderd en dat vindt Merel een voordeel. “De gesprekken verlopen heel anders. Logisch ook, want als een patiënt naar het ziekenhuis moet, is dat spannender voor hen dan als ze gewoon thuis in hun vertrouwde omgeving zitten. Ze praten dan makkelijker en vertellen meer. Dan komt eerder naar voren waar het bij de patiënt echt om draait en waar ze mee zitten. We zien bovendien hoe de patiënt leeft, we zien de partner en we merken hoe het thuis gaat. Eventuele problemen die er zijn, ook op sociaal vlak, komen meer naar voren. Zo zag ik laatst een patiënt bij wie de problematiek niet duidelijk was toen ik haar in het ziekenhuis sprak. Maar toen ik bij haar thuis kwam zag ik direct dat de omgeving niet zo schoon was en haar man zat er steeds bij. Ik voelde een ontzettende spanning tussen die twee. In het ziekenhuis was haar man nooit meegekomen en hij bleek ook onderliggend lijden te hebben. Dat beïnvloedde de onderlinge relatie en had een negatieve impact op haar toestand en op de verwerking van wat ze zelf had meegemaakt. In het ziekenhuis praat je daar niet zo snel over. Het is heel privé. Maar thuis kun je daar niet omheen. Het is een beetje zoeken hoe we met die extra informatie omgaan en wat we ermee doen. Dat varieert per patiënt. In dit geval heb ik met de patiënt gewerkt aan meer bewustwording. Ze ziet zelf ook in dat ze iets met haar privé-situatie moet. Kijk, in het MCL ben ik verpleegkundige, doe ik mijn werk en wil ik ook resultaten zien. Maar bij een thuisbezoek zit ik soms een uur met iemand te praten en in het begin twijfelde ik een beetje over de meerwaarde daarvan. Maar naderhand blijkt dat mensen er echt veel aan hebben en blij zijn dat ik geweest ben. Ik heb dus niet eens zoveel ‘meetbaars’ gedaan, maar ik bied wel structuur of psychologische steun. We kunnen met de huisarts overleggen over vervolgacties of de inzet van maatschappelijk werk. En natuurlijk kunnen we eventueel wat vanuit het ziekenhuis opstarten of aanvragen. Ik heb mensen ook wel verwezen naar oncologische revalidatie waar patiënten middels bepaalde programma’s hun balans weer kunnen vinden. Het is belangrijk te realiseren dat wij verpleegkundigen zijn en dat het onze taak is om goed te analyseren, te onderkennen waar precies de problemen bij een patiënt liggen en te weten waar je naar kunt verwijzen. Die vaardigheden zijn wel intensiever geworden.”

Voortraject

Er zijn twee verpleegkundig consulenten aan het team toegevoegd. Zij werken met dezelfde patiënten als waar Merel en haar collega Janneke Wiegersma mee werken, maar zij doen dat in het voortraject, dus de tijd van eerste onderzoeken tot de diagnose bekend is. Heleen: “Twee verpleegkundig consulenten voor dit werk is te weinig. We streven nu echt naar vier dagdelen in de thuissituatie. Dan heb je meer mensen nodig, want dit is Friesland. De afstanden kunnen groot zijn en onze patiëntengroep is omvangrijk. We zien ongeveer 250 patiënten per jaar. Met zijn vieren kunnen we de verschillende gebieden zo verdelen dat de reistijd per consulent beperkt blijft. En een kwaliteitsvoordeel is dat ze met zijn vieren deze patiënten het hele traject van diagnostiek, operatieve fase en nazorg begeleiden. Dat is een groot pluspunt.”

Besef

De samenwerking met Care for Cancer wordt in het ziekenhuis nauwlettend gevolgd. Heleen: “Wij bieden deze zorg nu standaard aan, maar er zijn meerdere vakgebieden met oncologische patiënten die aan de zijlijn geïnteresseerd toekijken. Bij de groep borstkankerpatiënten starten we binnenkort ook met nazorg in de thuissituatie en de oncologische gynaecologie is eveneens geïnteresseerd om samen met Allerzorg Care for Cancer de nazorg te organiseren.” Merel: “Goede nazorg geven is zó belangrijk. De ziekte kanker wordt in het ziekenhuis behandeld maar thuis beleefd, zegt men wel eens. En dat klopt. Eenmaal thuis realiseren mensen zich echt wat er gebeurd is en wat het voor ze betekent. De hectiek in het ziekenhuis biedt daarvoor te weinig ruimte. Daar is alles erop gericht om te behandelen en de patiënt zo snel mogelijk weer thuis te krijgen. Maar dan zit de patiënt weer thuis en komt het besef. Hun leven staat op zijn kop. Vaak gaan ze anders in het leven staan, dingen anders waarderen en beleven. Daar kunnen we de patiënten enorm bij helpen. Wat wij nu doen is een belangrijke ontwikkeling. Zeker met het oog op de toekomst, waar we alleen maar meer oncologische patiënten verwachten.”

#teamMCL

Wil jij ook komen werken bij #teamMCL? Of alvast even digitaal sfeerproeven via ons Instagramaccount @mcleeuwarden?

Chat via WhatsApp