Spring naar inhoud

Maxillofaciale prothetiek: dankbare creativiteit

Werner Fiets | Tandartsen

Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde (CBT) en de maxillofaciale prothetiek voor patiënten bij wie de behandeling in de algemene tandartspraktijk niet goed mogelijk is.

Dankbaar vak

Een tandarts maxillofaciale prothetiek (MFP) is gespecialiseerd in de behandeling van aangeboren afwijkingen zoals een schisis, niet aangelegde tanden en kiezen (hypodontie) en de behandeling van verworven afwijkingen zoals trauma’s van het aangezicht en tumoren in het hoofd-halsgebied. Het is een dankbaar vak”, zegt tandarts-MFP Werner Fiets. “Het kan van grote invloed zijn op de kwaliteit van leven van deze patiënten.”

Fiets vormt samen met zijn collega’s het team tandartsen-MFP in het MCL. Het Centrum Bijzondere Tandheelkunde ziet jaarlijks ruim 2400 patiënten van wie er circa 20% nieuw worden verwezen. Een kwart van hen komt met ernstige problemen met een gebitsprothese bij hen terecht.

Tandeloze kaak

“Het leeuwendeel van onze patiënten heeft problemen met een gewone gebitsprothese, een kunstgebit”, zegt Fiets. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de kaakwallen dusdanig ernstig geslonken zijn, dat een prothese te weinig houvast heeft. Ook is het mogelijk dat de verhouding tussen de boven- en onderkaak ongunstig is. Dan moeten vaak implantaten in een kaak geplaatst worden waarop de prothese bevestigd kan worden. Een tandheelkundig implantaat is een kunstwortel van titanium. In het MCL worden implantaten door de kaakchirurgen geplaatst. Als de kaak te smal of te laag is moet de kaakchirurg extra bot aanbrengen voordat een implantaat geplaatst kan worden. Bij het aanbrengen van implantaten moet in de onderkaak rekening worden gehouden met het verloop van een zenuw en in de bovenkaak hebben we te maken met kaakholtes. “Wij bepalen in overleg met de kaakchirurg de juiste plek voor de implantaten. Op die implantaten maken wij dan weer een op maat gemaakte gebitsprothese. Dat moet goed op elkaar worden afgestemd, dus met de kaakchirurgen werken we heel nauw samen. Dit soort werk doen we dagelijks. We kunnen niet zonder elkaar.”

Gedurende het proces kijk ik waar ik tegenaan loop en zoek uit hoe ik dat weer kan oplossen.

Droge mond

Een andere uitdaging voor Fiets en zijn collega’s vormen de ongeveer honderd patiënten met hoofd-hals tumoren die ze jaarlijks zien. “We zijn met het UMCG het hoofd-hals oncologisch centrum voor het noorden van het land. Deze patiënten komen veelal eerst bij de afdeling Mond-, kaak- en aangezichtschirurgie of bij KNO waar kaakchirurgen en KNO-artsen werken die tevens hoofd-halsoncoloog zijn. Wij worden al vroeg in het behandeltraject van deze patiënten betrokken. Daarbij gaat het vooral om advieswerk en het maken van afdrukken en foto’s om naderhand, na oncologische operatie en behandeling bijvoorbeeld een passende prothese te kunnen maken. De kaakchirurg kijkt welke tanden en kiezen getrokken moeten worden om de mond vrij van ontstekingen te maken. Een tandarts-MFP bekijkt vooraf hoe de gebitsfuncties later in het traject weer zo goed mogelijk hersteld kunnen worden. Wellicht worden delen van kaken verwijderd en als een patiënt bestraald moet worden dan is het bot na bestraling levenslang minder goed doorbloed en kun je meer problemen krijgen als daarna nog extra tanden en kiezen getrokken moeten worden. De tandarts kan adviseren om implantaten in de kaak te plaatsen voorafgaand aan eventuele radiotherapie.”

Botdichtheid

Na die eerste fase duurt het soms lang voor Fiets of zijn collega’s die patiënt weer terugzien. Fiets: “De kaakchirurg bepaalt wanneer wij aan de gang mogen. Het kan zijn dat een mond dusdanig is behandeld dat het ruim een jaar duurt voor wij aan de beurt zijn. Een oncologische behandeling richt onherroepelijk schade aan en dan kan de situatie toch anders zijn dan we tevoren dachten. We moeten vaak inventief zijn. Bestraling heeft consequenties voor de genezing van bot en – even belangrijk – de werking van de speekselklieren. Als die ook bestraald worden, werken die klieren minder en krijgen mensen een droge mond. Dat is niet alleen slecht voor het gebit, maar een droge mond zorgt er ook voor dat een normale gebitsprothese zich moeilijk tot niet ‘vastzuigt’ om de kaak. Dan is het belangrijk dat de kaakchirurg tijdig weet waar hij de implantaten moet plaatsen waar wij de prothese aan kunnen vastmaken. Sommige patiënten kunnen door de behandeling en de bestraling hun mond niet meer zo ver open doen. Dat betekent dat ik de prothese moet aanpassen en eventueel de kiezen lager moet opstellen omdat ze anders geen vork met eten meer langs het gebit kunnen krijgen. Denk ook aan een patiënt die als gevolg van het verwijderen van een kwaadaardige afwijking een deel van zijn tong moet missen. Dan kan het zijn dat als ik een normale prothese maak, de tong niet meer bij het gehemelte komt en de patiënt dan niet goed kan slikken. Dus gedurende het proces kijk ik waar ik tegenaan loop en zoek uit hoe ik dat weer kan oplossen.”

Creativiteit

MFP-ers zijn dus creatieve geesten die unieke protheses maken voor hun patiënten. Soms moet daarvoor iets compleet nieuws worden bedacht en ontwikkeld. Daarbij werken de MFP-ers nauw samen met technici uit verschillende laboratoria, zoals het laboratorium voor maxillofaciale prothetiek in Groningen. 

MCL ziekenhuis Leeuwarden foto Maxillofaciale prothetiek

Fiets: “Ik heb eens een patiënt gehad met een zeer gevoelig oor die werd verwezen door de plastisch chirurg. Daar heb ik een soort kussentje voor bedacht. Dat had het laboratorium ook nog nooit gemaakt, maar ik had ergens een artikel gevonden en van daaruit ben ik verder gaan zoeken. Samen komen we er dan altijd uit. Alle afdrukken en foto’s die we maken, helpen de technici in het laboratorium om een prothese te maken. Ook maken wij sjablonen die de kaakchirurg kan gebruiken bij het plaatsen van implantaten voor een oor- of aangezichtsprothese.”

Kwaliteit van leven

De meest intensieve patiënten zijn volgens Fiets de mensen die defecten in de bovenkaak krijgen waardoor spreken en slikken in het geding is. “Dan moeten wij een prothese maken die als een ‘stop’ de opening tussen mond- en neusholte afsluit. Doen we dat niet, dan kun je patiënten die dit overkomt niet meer verstaan doordat ze geen luchtdruk kunnen opbouwen in de mondholte omdat er lucht weglekt via de neus. Bij oudere schisis-patiënten hoor je nog wel eens, dat ze slecht te verstaan zijn omdat er via de neus lucht ontsnapt. Ook met drinken komt er dan telkens water in de neus. Kijk, oncologiepatiënten zijn eerst bezig om de kanker te overleven en daarna gaan andere zaken weer een rol spelen, zoals het uiterlijk en het herstel van hun gebitsfuncties. Dan kunnen wij zichtbaar bijdragen aan de kwaliteit van hun leven. We behandelen tenslotte ook kinderen en jong-volwassenen met oligodontie, bij wie minimaal 6 tanden of kiezen niet zijn aangelegd en andere tanden afwijkend van vorm kunnen zijn. Ja, als je dat heel esthetisch kunt oplossen is dat geweldig.”

#teamMCL

Wil jij ook komen werken bij #teamMCL? Of alvast even digitaal sfeerproeven via ons Instagramaccount @mcleeuwarden?

Chat via WhatsApp