Elektroshocks hielpen Amanda (54) van haar depressie af
Amanda | Tekst: Annemarie Bergfeld
'Vanuit een diepe donkerte kwam ik beetje bij beetje weer tot leven.' Het laatste beschikbare middel, ECT, was haar redding. 'Ik kan weer lekker lachen en lekker huilen, ECT heeft mijn leven gered.'
"Al een tijd had ik last van overgangsklachten: nachtzweten, bloedverlies, somber, een kort lontje, stemmingswisselingen. En dat allemaal niet een beetje, maar flink. Het ergste was dat ik niet meer sliep. Mijn hele leven had ik daar nooit problemen mee gehad, nu lag ik elke nacht uren wakker. In 2018 had ik niet veel werk - als freelance journalist gaat dat met ups en downs. Ik zat veel thuis, had minder sociale contacten en voelde me met de dag onrustiger worden. Op zoek naar rust begroef ik me in spirituele boeken en tijdschriften en boekte ik een spirituele groepsreis naar Zuid-Engeland. Die reis werd de druppel. We hadden een vol programma, het was een week lang boven de 30 graden, ik werd overspoeld door alle indrukken en ik sliep nog steeds amper. De wereld werd wazig, ik kan het niet anders omschrijven. Ik vroeg me af: maak ik dit wel echt mee? Een weekje rustig aan en dan zou het wel weer gaan, dacht ik in het vliegtuig terug naar huis nog optimistisch. Maar in die week pendelde ik 's nachts wanhopig tussen bed, logeerbed en de bank in de woonkamer. Slapen deed ik nergens. Ik werd somberder en somberder, ik trilde en beefde en kon alleen nog maar huilen. Het was op een vrijdagavond, we zaten in de tuin, dat ik mijn vriend Siebe smeekte: breng me naar een arts, ik heb hulp nodig."
"ECT heeft mijn leven gered."
Duistere machten
Ik kreeg een slaapmiddel, een paardenmiddel. 'Als je een weekje slaapt, ben je er weer,' zei de arts van de Dokterswacht. Maar ik sliep niet. Normaal gesproken heb ik een stevige tred en een stevige stem, nu kon ik alleen nog maar schuifelen en fluisteren.
Zitten ging zelfs niet meer. Als een zielig hoopje lag ik een week later op de onderzoekstafel bij de huisarts, terwijl hij met mij en Siebe praatte. De volgende dag werd ik opgenomen op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Dat was, zacht gezegd, wennen. Ik leefde met andere patiënten – ieder met zijn of haar eigen problemen - in een groep en moest opeens elke dag vroeg opstaan en volgens een strak dagritme leven. Er kwamen antidepressiva bij, een ander slaapmiddel, gesprekken, creatieve therapie.... Ik bleek niet meer te kunnen schrijven, dat was heel confronterend. Schrijven is mijn leven. Ik kreeg geen letter op papier. Lezen ging ook niet meer. Mijn hoofd raakte steeds meer over zijn toeren. Soms leek het iets beter te gaan, sliep ik een paar nachten enigszins redelijk en werd ik naar huis gestuurd. Tot drie keer toe moest ik terug naar de kliniek. Steeds kreeg ik een ander slaapmiddel en andere antidepressiva. Niks hielp.
Ik raakte totaal óp en kreeg hallucinaties. De ene keer had ik het gevoel dat ik in de hele wereld aan alle touwtjes trok, de andere keer dat ik door duistere machten gestuurd werd. Ik zag aliens en was ervan overtuigd dat ze mij zouden ontvoeren. Ook begon ik te denken dat ik onsterfelijk was. Een angstaanjagender gedachte dan die was er niet. Tot in de onsterfelijkheid dít leven moeten leiden? Een leven van somberheid, angst, paniek en totale leegheid? Dat nooit! Het moet op zo'n moment zijn geweest dat ik lukraak een heleboel pillen uit mijn strips slaapmiddelen en antidepressiva drukte en in één keer naar binnen liet glijden. Ik ging op bed liggen met de gedachte: nu komt de rust wel. Er gebeurde niets. Tot ik in paniek Siebe riep: 'Je moet me helpen, mijn maag moet leeggepompt.' Siebe belde 112 en daar ging ik, met een rotvaart naar het ziekenhuis.
'Waarom Amanda?' vroegen mijn geliefden. Ze waren zich rot geschrokken. Ik had geen antwoord. Ik kon het niet uitleggen, wist alleen dat ik radeloos was. Daarna volgde nog een psychose waarvoor ik antipsychotica kreeg en opname op een gesloten afdeling, in een ander ziekenhuis. Siebe bracht me. Natuurlijk bracht hij me, hij was er altijd voor me. Bij het afscheid huilden we. Toen ik daarna zijn voetstappen op de gang hoorde wegsterven voelde ik: dit was de laatste keer dat ik je zag, lieverd, morgen ben ik er niet meer. Daarna zakte ik weer in totale apathie weg. In de enkele heldere momenten die ik had, had ik niet het idee dat er iemand was die me zou kunnen helpen. Níemand kon me hier uithalen."
Gevulde koek
"We weten het niet meer met jou, Amanda," zei de psychiater de volgende dag. "We hebben alles geprobeerd. Het allerlaatste dat je misschien nog kan helpen is ECT, een behandeling die in Leeuwarden wordt gegeven. Alles in mij voelde weerstand. ECT? Electroshocks? Stroom door je hoofd? Ik dacht het niet. Dat ik onder narcose gebracht zou worden en er niks van ging voelen, geloofde ik niet. Ik wist zeker dat ik het wél zou voelen. En ik was doodsbang. Hoe het precies is gegaan, weet ik niet meer, maar uiteindelijk heb ik getekend. Dat moet, omdat het een zware behandeling is, zowel mentaal als fysiek. In vijf weken tijd kreeg ik tien behandelingen. De eerste keer dat ik de operatiekamer in werd gereden, steigerde ik van angst. Ik lag onder een fel licht en zag vijf paar starende ogen boven mondkapjes. Ik wist zeker dat die allemaal in het complot zaten om mij iets aan te doen. Een lieve verpleegkundige hield mijn hand vast. Dat hielp, een beetje.
De volgende keren was ik ook bang, doodsbang. Gelukkig was óf Siebe óf mijn zus Sigrid er als ik uit narcose kwam en elke keer haalden ze een grote gevulde koek voor me van het bakkerijtje in de ziekenhuishal. Dat was mijn beloning, haha. Na drie of vier keer zag zowel de verpleging als mijn familie verbetering. Mijn lege blik werd iets minder leeg, vertelden ze me later. Ik zag het niet en wilde stoppen. Ik zat vast in de gedachte dat dit me ook niet zou gaan helpen. Mijn dierbaren hebben flink op me ingepraat: 'Amanda, we willen je niet kwijt, hou vol, zet door. Ze hebben me echt moeten overhalen. Vanaf dat moment begon ik zelf ook te merken dat het elke keer iets beter ging."
"Alles in mij voelde weerstand. ECT? Electroshocks? Stroom door je hoofd? Ik dacht het niet."
Zo veel lieve mensen
"Mijn lipstick kwam weer uit de tas, Sigrid bracht een boekje met woordzoekers mee en ik bleek het zowaar leuk te vinden. Ik vroeg haar achteloos hoe haar weekend was geweest en zij reageerde opgetogen: 'Het is de eerste keer dat je me dat weer vraagt!' Ik wilde naar de kapper, die had ik vijf maanden niet gezien. En: ik kon weer slapen. Wat een ongelooflijke zegen was dat. Vanuit een diepe donkerte kwam ik beetje bij beetje weer tot leven. Na de tiende behandeling zei de psychiater: 'Amanda, volgens mij kunnen we stoppen.' Ze hebben me voor de poorten van de hel weggesleept. Niet dat het meteen allemaal hosanna was, ik was nog behoorlijk labiel. Maar dat was níets vergeleken bij wat ik achter de rug had. Dieper dan dat bestaat niet. De eerste tijd kreeg ik thuis wekelijks bezoek van een psychiatrisch verpleegkundige en dat was fijn. Ik was heel blij dat ze me niet zomaar loslieten. Er waren zo veel lieve mensen, die ik nog altijd dankbaar ben. De ongelooflijke trouw van Siebe die me op mijn allerslechtst heeft gezien en die er altijd voor me was. Mijn lieve zus en ouders en andere familieleden. Psychiater Alexander Keijzers van het Medisch Centrum Leeuwarden, die met zijn team mijn ECT-behandelingen deed. De verpleegkundige die elke keer mijn hand vasthield als ik onder narcose moest. De moeder van een lotgenoot, een jongen van een jaar of twintig die ook elektroshocks kreeg. Hij was in het begin ook heel bang. 'Jullie zijn kanjers,' zei de moeder ooit tegen me. Het raakt me nog als ik eraan denk. Dat ze dat ook tegen mij zei, zó lief. Ik zou graag nog eens willen weten hoe het nu met die jongen is."
Goed doseren
"De eerste keer dat ik weer een interview afnam, voelde als een triomf. Gesloopt kwam ik thuis, maar ik dacht alleen maar: yesss, ik ben weer aan het werk! Ik leef weer, ik kan weer lekker lachen en lekker huilen. Samen met dokter Keijzers ga ik meer bekendheid geven aan elektroconvulsietherapie. Te veel mensen associëren het met de jaren zeventig en de afschuwelijke scène in de film One flew over the cuckoo’s nest waarin Jack Nicholson zonder narcose ECT krijgt toegediend. Dat is nu zo anders en je wordt zó goed in de gaten gehouden. ECT heeft mijn leven gered.
Dat vreselijke jaar ligt inmiddels vijf jaar achter me en soms kan ik amper geloven dat ik dit heb meegemaakt. En dat dit allemaal in gang werd gezet door die stomme overgang. Ik zal altijd mijn activiteiten goed moeten doseren, maar dat is geen probleem. Ik heb al jaren rugklachten en ben eraan gewend om na de lunch een uurtje te gaan liggen. Nu geef ik rug én hoofd rust. Mijn werk kan ik zelf indelen. Tussendoor loop ik vaak even naar de lunchroom van de HEMA. Meestal bestel ik een gevulde koek. Daarbij gaan mijn gedachten altijd even terug naar de ECT-behandelingen. Nu raak ik niet meer in paniek, maar voel ik dankbaarheid. Ik heb het leven teruggekregen en wat is het weer mooi."
"Er gebeurt al veel om psychiatrische ziekten uit de taboesfeer te halen, maar we merken dat er nog een wereld te winnen is. Psychiaters praten niet altijd even makkelijk met hun patiënten over ECT én in de meeste gevallen moeten ze doorverwijzen voor de behandeling, wat ook een drempel kan opwerpen. In Nederland zijn dertig plaatsen waar ECT wordt aangeboden."
Psychiater Alexander Keijzers over ECT
Bij elektroconvulsietherapie (ECT, vroeger vaak elektroshocks genoemd) worden korte stroomstootjes op het hoofd gegeven waardoor een epileptische aanval van ongeveer dertig seconden wordt opgewekt. Op deze manier worden nieuwe zenuwcellen aangemaakt en verminderen depressieve klachten. Vooral bij ernstige depressies, maar bijvoorbeeld ook bij therapieresistente stoornissen en schizofrenie, blijkt de behandeling heel succesvol. Psychiater Alexander Keijzers en zijn collega's in het MCL in Leeuwarden zijn een plan van aanpak aan het maken om ECT meer bekendheid te geven. "Er gebeurt al veel om psychiatrische ziekten uit de taboesfeer te halen, maar we merken dat er nog een wereld te winnen is. Psychiaters praten niet altijd even makkelijk met hun patiënten over ECT én in de meeste gevallen moeten ze doorverwijzen voor de behandeling, wat ook een drempel kan opwerpen. In Nederland zijn dertig plaatsen waar ECT wordt aangeboden." Keijzers pleit ook voor aanpassing van de medische richtlijn waarbij ECT pas in beeld komt als alle mogelijke medicijnen en behandelmethoden niet werken. "Met steeds weer nieuwe medicatie instellen en afwachten of het effect heeft, ben je zo twee of drie jaar verder. Sommige patiënten zijn zo ziek, die smeken of ze die stappen niet kunnen overslaan als ze eenmaal over ECT gehoord hebben." Daarnaast wil Keijzers de patiënten graag empoweren. "Het is belangrijk dat een patiënt het gesprek over ECT met zijn of haar psychiater durft aan te gaan. Daarom zijn we ook zo blij dat we met Amanda rond tafel zitten, zij kan het verhaal vertellen vanuit haar positie als ervaringsdeskundige."